Over het werk

afbeelding

Jos Jacobs is zijn carrière begonnen als schilder-tekenaar, maar is sinds 1994 in hoofdzaak met ruimtelijk werk bezig. Hij hanteert daarbij diverse materialen: roestvast staal, messing, koper en brons die hij al zoekend vindt, een zoeken dat wellicht toch eerder gerelateerd is aan wat Picasso ooit zei: “Ik zoek niet, ik vind.” Welnu, Jos Jacobs construeert met deze gezochte/gevonden metalen onderdelen een artistiek geheel. Zeer vaak een hoofd in de vorm van een hersenschedel, waarbij de vorm tegelijk duidt op de inhoud en daardoor een metafoor wordt voor het hele werk. Vorm en inhoud zijn bij Jos Jacobs immers een ondeelbaar geheel. De vorm vertelt niet het verhaal van de inhoud, maar IS de inhoud. Er is dus geen sprake van scheiding, zelfs niet van twee-eenheid, maar van ondeelbaarheid. Het werk doet zelfs denken aan een hersenspinsel, met klemtoon op de spin, die haar poten in alle richtingen spreidt. Kwetsbaar en beschermend tegelijk: als een harnas, een kuras, een gezichtsbescherming bij het schermen. Is het niet zo dat bij de Franse kunstenares Louise Bourgeois de behoefte aanwezig was om “pijn, verdriet, agressie, angst, liefde, verlangen” om te zetten in het beschermend weven van de spin? In haar beschermende aanwezigheid?

Jos Jacobs werkt daarbij met open en gesloten vormen. Hij creëert volumes en spaties. Vermits hij van in het begin van zijn artistieke carrière niet alleen met schilderkunst bezig was, maar ook met grafische technieken, bracht hij dus in zijn schilderen de grillige lijn binnen en heeft die in feite nooit meer losgelaten. Want ook in zijn driedimensionaal werk ligt de lijn aan de basis van die spaties. Nu eens viert de zuivere lijn hoogtij, creëert ze in plat metaal heel open structuren, die alleen hun schaduw dulden. Hij is in staat om een schaal te construeren waarin een doorgezaagde kelk, een doodshoofdstructuur en andere vreemdsoortige attributen/ingrediënten als vruchten figureren, m.a.w. een stilleven representeren, dat alludeert op een vanitascreatie. 

In het driedimensionaal werk is er tevens een duidelijk verband met de natuur. Jos Jacobs heeft blijkbaar een zwak voor bonsaiboompjes en hun schijnbaar onberekenbare groeiwijzen, door mensenhand in toom gehouden. Eenzelfde gevoel heb je bij zijn beeldend werk. Wat op het eerste gezicht een spontaan en natuurlijk gebeuren kan genoemd worden, blijkt in wezen een goed geleid en in de hand gehouden creatief proces te zijn. 

Jos Jacobs heeft iets met hoofden, met hoofden die het brein/de hersenen beschermen, a.h.w. een centraal deel zijn van het menselijk lichaam, de mens dus. Tegelijk heeft dat hoofd de vorm van een ei, de basis van het leven.

Dat wordt des te nadrukkelijker in de tekeningen, de collages, het grafisch werk, waarin dat hoofd vaak opduikt, soms onopvallend maar zich toch zichtbaar manifesteert.

Ik sprak van open en gesloten vormen. Je zou ze eveneens transparant en gelaagd kunnen noemen, waarbij de voorkant de achterkant is en vice versa. Dit gebeurt vaak door middel van een spiegel, een spiegelbeeld, waardoor een spiegelend effect ontstaat. Je krijgt daardoor een interessant lijnenspel, waardoor de link met/de overgang naar het grafisch werk rimpelloos verloopt. Het bijzondere aan de tekeningen, aan het grafisch werk is immers ook  weer de behandeling van de drager: het papier. Jos Jacobs bewerkt het zodanig, dat het a.h.w. een marmeren oppervlak krijgt. Het lijkt op handgeschept papier, waarin nog resten van een vorig proces aanwezig zijn, terwijl het effectief onderhevig is geweest aan een procedé met een water- /olieverfbad, dat voor een rocaillegevoel gezorgd heeft. Het lijken olievlekken op het water, schuimoplossingen, warmwaterbellen, stromingen, ongecontroleerde bewegingen. Net zoals de hersenen en hun samenstelling zorgen voor een eindeloze stroom van gedachten/beelden/dromen/kleuren/schaduwen in gradaties allerhande. 

Wat het ook zij, op die manier creëert Jos Jacobs op papier een gelaagdheid die aan zijn driedimensionaal werk raakt en dat refereert dan weer door zijn lijnenspel en zijn soms barokke uitstraling aan de collages en de tekeningen. Binnen refereert aan buiten, vorm reflecteert inhoud, driedimensionaal smelt samen met papier. Eenheid is dus alom aanwezig. 

 

Fernand Haerden

2013

( tekstfragment uit tentoonstellingsbrochure ‘Parallellen’ / apostelhuis Alden Biesen )